Keek op de Week 2016-41

Door Susanne Bout op 14 oktober 2016

Week 41

Holland Outlet Mall

Op zaterdag 8 oktober peilden we in het Stadshart de meningen over de mogelijke komst van de Holland Outlet Mall: er waren weinig twijfelaars, en voor- en tegenstemmers gaan nagenoeg gelijk op! Velen zien kansen voor een bruisend Stadshart, maar er zijn begrijpelijk ook veel zorgen over parkeerdruk en leegstand.

In november organiseren we een informatieavond over de Holland Outlet Mall om te peilen wat onze leden zouden willen: wel of geen Mall? Meer nieuws volgt in een mailing naar de leden.

Kunstgrasvelden

Voetballen op kunstgrasvelden met daarin rubbergranulaat is mogelijk gevaarlijk voor de gezondheid. Raadslid Chantal Walther heeft tijdens de commissievergadering van maandag 10 oktober aan wethouder Mariëtte van Leeuwen gevraagd of er in Zoetermeer zulke velden zijn, en zo ja, wat het beleid van de gemeente daarvoor nu is.

Wethouder Van Leeuwen gaf aan dat we zulke velden hebben bij de vier voetbalverenigingen. Zorgvuldig onderzoek is gewenst. “Voorlopig volgen we het standpunt van het RIVM”, aldus de wethouder.
Als er nadere actuele informatie is wordt de gemeenteraad op de hoogte gesteld.

Statushouders in Zoetermeer

De woorden vreemdeling, vluchteling, asielzoeker en statushouder worden vaak door elkaar gebruikt. Maar ze betekenen allemaal wat anders. Een vreemdeling is iemand die niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Een asielzoeker is een vreemdeling die zijn land heeft verlaten en bij de Nederlandse overheid een asielaanvraag indient. Een vluchteling is een asielzoeker die terecht bang is voor vervolging in zijn land. Hij krijgt een asielvergunning. Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben ontvangen worden ook wel statushouders of vergunninghouders genoemd.

Een statushouder heeft de hele asielprocedure doorlopen en heeft vervolgens een verblijfsvergunning gekregen voor vijf jaar. Elke gemeente in Nederland moet verplicht jaarlijks een aantal statushouders huisvesten. Het aantal is afhankelijk van het aantal inwoners en van de instroom. De taakstelling voor Zoetermeer bedroeg voor 2015 het huisvesten van 211 vergunninghouders. Voor 2016 is dit aantal 314. Voor 2017 wordt een daling verwacht van het aantal statushouders. Dit wordt per half jaar vastgesteld. De gemeente moet 94 statushouders in de eerste helft van 2017 huisvesten.

In Zoetermeer is er geen centrale huisvesting voor statushouders, ze worden verspreid over de stad in huurwoningen gehuisvest. Dit bevordert de integratie.

Het vluchtelingenvraagstuk verandert snel van karakter. Vorig jaar was opvang een enorme uitdaging door de enorme toestroom van vluchtelingen, anno 2016 kijken we vooral naar de integratie van statushouders. In Zoetermeer komen de meesten van hen uit Syrië en Somalië.

Voor de Commissie Samenleving van de gemeenteraad was er afgelopen maandag een informerende bijeenkomst: Hoe vergaat het statushouders als ze in Zoetermeer komen wonen?

Aanwezig waren drie statushouders die hun ervaringen konden delen. Zij wonen nu ongeveer 1,5 jaar in Zoetermeer. Directieleden van Piëzo en OPOZ en medewerkers van het Werkgeversservicepunt vertelden hun kijk op de zaak over de inburgering in Zoetermeer.

Voor kinderen ligt de nadruk op extra taalonderwijs en Passend Onderwijs. De regio Haaglanden regelt veel, maar in Zoetermeer is extra geld beschikbaar om de groepen zo klein mogelijk te houden. Er zitten maximaal 15 kinderen in de klas, en in elke klas is er naast de leerkracht een onderwijsassistent. Als de kinderen de Nederlandse taal goed genoeg onder de knie hebben stromen ze door naar een reguliere klas.

Veel extra activiteiten worden gedaan door vrijwilligers, met hulp van Piëzo en door de ouders van de kinderen zelf. Het project van ‘Jonge Helden’ helpt de kinderen bij rouw en verlies, de meesten van hen hebben tragische dingen meegemaakt. Dit zorgt voor hen voor een goed gevoel van veiligheid. Piëzo, Humanitas en Jonge Helden proberen ook meteen naar het hele gezin te kijken; een integrale aanpak is heel belangrijk.

We zijn in Zoetermeer trendsettend door de jongeren van 15, 16 en 17 jaar een beroepsopleiding aan te bieden, waardoor ze na hun scholing meer kans maken om meteen aan de slag kunnen.

Ook sport zorgt voor integratie, en wederzijds begrip. Bij Ilion wordt aan atletiek gedaan en bij ZVZ kunnen ze zwemlessen krijgen. Ook basketbal en badminton wordt aangeboden. De stap naar een sportclub is voor velen nog moeilijk, maar met de hulp van sportmaatje wordt de drempel lager en nu loopt het best goed. Enkele vergunninghouders zijn onlangs bij een ijshockeywedstrijd gaan kijken. Zij hadden nog nooit ijs gezien.

Voor de volwassenen is werk en participatie in de samenleving de belangrijkste focus. Aan de hand van een participatieverklaringstraject en met behulp van het Werkgeversservicepunt gaan ze op zoek naar (betaald) werk. Het doel is om de mensen aan een baan te helpen die dicht ligt bij ‘eerder verworven competenties’: zo veel mogelijk werk vinden dat dicht bij hun originele oorspronkelijke baan ligt.

Het blijkt heel lastig om aan de Nederlandse regels te voldoen. Taal is een enorme barrière bij het vinden van werk. Bewijzen van werkervaring zijn lastig te verzamelen. Het diploma – als ze dat al hebben meegenomen uit het oorlogsgebied – blijkt hier vaak niet geldig. Veel Syrische diploma’s voldoen niet aan de Nederlandse eisen. Opnieuw gaan studeren kan ook niet, want voorlopig is de verblijfsvergunning voor vijf jaar en de studie duurt misschien langer dan dat deze mensen hier mogen blijven. En ook hier is de taal een struikelblok. Een opleiding voor jonge mensen kan nog wel, maar boven de 25 of 30 jaar is dat lastig. En voor de statushouders die werken, betaald of als vrijwilliger, is het lastig om óók nog naar school te gaan.

Toch is de nadruk op werk belangrijk. Door werkervaring kun je zien of iemand inzet toont, wat zijn/haar karakter is en de statushouders kunnen zo wennen aan de Nederlandse (werk)cultuur, die vaak heel anders is dan in het land waar ze vandaan komen. Maar ook wennen aan de mensen, aan Nederland en aan onze mooie stad.

Of zo’n traject slaagt ligt ook veel aan het karakter van de persoon. Sommigen zijn boos dat ze voor een betaalde baan minder salaris krijgen dan de hoogte van hun uitkering. Sommigen vinden het juist vervelend dat alles zo langzaam gaat: ze tonen inzet, ze willen meer, ze willen sneller. Dat klinkt aanlokkelijk, maar alles moet in stapjes. Als mensen niet wennen aan elkaar en de (werk)cultuur, als je stappen overslaat, dan struikelen mensen vroeger of later in het inburgeringstraject, zo is gebleken.

Werkervaringsplekken en onderwijs. Trajecten op maat. En veel gesprekken. Dichtbij jezelf proberen te staan, maar wel integreren. Daar komt het voor de statushouders in Zoetermeer op neer.
Jammer dat de regie voor de inburgering tegenwoordig niet meer bij de gemeente ligt.

Bovenstaand participatietraject is een pilot. Zoetermeer loopt voorop door dit traject nu al in te zetten. Vanaf 1 januari 2017 gaat deze aanpak landelijk van start. In Zoetermeer merken we duidelijk dat het effect heeft. Statushouders in Zoetermeer leren de stad eerder kennen en integreren beter.

Susanne Bout

Susanne Bout

Ik wil opkomen voor mensen die niet gemakkelijk mee kunnen komen in de huidige maatschappij. Zelf groeide ik op in een éénoudergezin. Mijn moeder had een uitkering. Ik heb van dichtbij meegemaakt hoe geweldig het is als mensen of organisaties je kunnen helpen om vooruit te komen in het leven als dat op een gegeven

Meer over Susanne Bout